• Koers houden als alles beweegt

    26 jul 2026
  • Hoe Echt Kinheim ook richting 2027 de basis blijft voor de vereniging

    De zomer heeft iets bijzonders. Zodra de velden in Haarlem stiller worden en de agenda wat leger raakt, ontstaat er ruimte voor vragen waar tijdens het seizoen nauwelijks tijd voor is. Niet over de uitslag van afgelopen weekend of de stand op de ranglijst, maar over de richting van onze sport en onze vereniging. Misschien is dat wel het mooiste van een zomerstop: even verder kijken dan het volgende seizoen.

    Die rust komt dit jaar op een bijzonder moment. Het Nederlandse honkbal staat voor belangrijke keuzes rond de hoofdklasse en de vraag hoe je, zonder een duurzaam verdienmodel, kunt bouwen aan een aantrekkelijke nationale competitie, sterke verenigingen én succesvolle vertegenwoordigende teams. De werkelijkheid van het Nederlandse softbal is minstens zo uitdagend. We beschikken al jarenlang over een Koninkrijksteam dat tot de wereldtop behoort, terwijl er in Nederland slechts zo'n 700 meiden deelnemen aan de reguliere jeugdcompetities. Dat Curaçao deze maand met een eigen nationaal honkbalteam deelneemt aan de Centraal-Amerikaanse en Caribische Spelen biedt kansen voor honkballers uit de Nederlandse competitie. Tegelijkertijd verdient dit de nodige aandacht en gesprekken over de verwachtingen en verhoudingen binnen het Koninkrijk, omdat deze nog niet altijd gelijkwaardig zijn.

    De KNBSB staat aan de vooravond van een nieuwe governancestructuur en daarmee ongetwijfeld van een nieuwe dynamiek. Tegelijkertijd is er binnen het Nederlandse honkbal en softbal al veel in beweging. De vernieuwde opzet van de softbalhoofdklasse en eerste klasse, met elk zes teams. De hoofdklasse honkbal heeft de afgelopen jaren verschillende gerenommeerde verenigingen zien afhaken of een stap terug zien doen, om uiteenlopende sportieve, organisatorische en financiële redenen. De steeds vollere internationale programma's van de selecties zorgen bovendien voor nieuwe vraagstukken voor competities, verenigingen en officials. En daarbovenop komen de maatschappelijke ontwikkelingen die iedere sportvereniging raken: individualisering, consumentisme en een steeds grotere regeldruk voor vrijwilligers en bestuurders.

    Onze sport is volop in ontwikkeling, en dat is goed. Een sport die stilstaat, loopt uiteindelijk vast. Maar het zijn geen vraagstukken die één club of de bond alleen kan oplossen; het zijn ontwikkelingen waar iedere vereniging zich toe moet verhouden.

    Daarom pakte ik ons plan Echt Kinheim uit 2024 er weer eens bij. Niet met de vraag wat we moesten aanpassen, maar om te zien waar we nu staan. Toen ik het plan teruglas, viel vooral op wat nog steeds overeind stond.

    Wie onze plannen van de afgelopen jaren naast onze ambities voor 2027 legt, zal weinig grote koerswijzigingen ontdekken. Dat is geen toeval. Juist omdat onze sport en de samenleving blijven veranderen, blijken de uitgangspunten die we een paar jaar geleden hebben gekozen nog altijd een stevig fundament. Nieuwe uitdagingen hebben zich aangediend, maar de kern van onze visie voelt vandaag misschien wel relevanter dan ooit.

    Wij geloven dat een sterke vereniging begint bij mensen die zich thuis voelen. Bij trainers en coaches die zich blijven ontwikkelen. Bij vrijwilligers die zich gewaardeerd weten. En bij een omgeving waarin sportieve ambitie en plezier elkaar versterken in plaats van verdringen.

    Daarom blijven we investeren in onze vereniging als community, in regionale samenwerking in plaats van eilanddenken, en in een financieel gezonde én professionele organisatie, zonder het karakter van een vrijwilligersvereniging te verliezen. We blijven investeren in de jeugd, omdat de toekomst van iedere vereniging begint met kinderen die plezier krijgen in onze sport. En in een veilig sportklimaat, omdat juist die basis bepaalt of een vereniging ook op de lange termijn toekomst heeft.

    Dat klinkt misschien minder spectaculair dan een nieuw beleidsplan of een ambitieuze slogan. Toch denk ik dat juist daarin de kracht schuilt: niet steeds opnieuw beginnen, maar bouwen op wat werkt en blijven ontwikkelen waar dat nodig is.

    Dat betekent niet dat onze ambitie kleiner is geworden. Integendeel. We willen met onze eerste honkbal- en softbalteams op het hoogste niveau van Nederland blijven presteren. Maar duurzaam succes begint niet bij een eerste team. Een team op het hoogste niveau kan alleen bestaan dankzij een sterke vereniging erachter: een community van leden, vrijwilligers, sponsoren en supporters, een gezonde financiële basis en het besef dat de top de breedtesport nodig heeft, en de breedtesport de top.

    Daarom verwachten we ook dat spelers en speelsters van onze eerste teams zichtbaar onderdeel zijn van de vereniging. Dat ze clinics verzorgen, een voorbeeld zijn voor onze jeugd, meedenken over de toekomst van de club en hun netwerk inzetten om Kinheim verder te helpen. Presteren op het hoogste niveau krijgt pas echt betekenis als het geworteld is in de vereniging.

    De komende weken vertel ik graag hoe die overtuiging eruitziet in de praktijk. Wat betekent die koers concreet voor onze honkbalambities richting 2027? Hoe kijken we naar de toekomst van het softbal? En welke keuzes maken we om Kinheim ook de komende jaren een sterke vereniging te laten zijn?

    Want uiteindelijk laat de identiteit van een club zich niet zien in haar plannen, maar in wat zij, soms jarenlang achter elkaar, consequent blijft doen.

    Dat is Echt Kinheim.

    Yvonne Campfens

    Voorzitter Honk- en Softbalvereniging Kinheim